Strafrecht overig
Ingevolge de art. 449 en 450 Sv kan namens een verdachte slechts cassatie worden ingesteld door een…
ECLI:NL:PHR:2007:AZ7748 · Parket bij de Hoge Raad · 27 maart 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2007-az7748
Zaakgegevens
Op 27 maart 2007 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 maart 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 01634/06
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2007:AZ7748
Samenvatting
Ingevolge de art. 449 en 450 Sv kan namens een verdachte slechts cassatie worden ingesteld door een verklaring op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven, af te leggen: a. door een advocaat, indien deze verklaart daartoe door verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, of b. door iemand die bij een door verdachte zelf gegeven bijzondere volmacht daartoe schriftelijk gemachtigd is. Nu het namens verdachte ingestelde cassatieberoep niet aan één van deze voorwaarden voldoet (fax van raadsman waarbij griffiemedewerker werd gemachtigd), dient verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in dat beroep (HR NJ 2001, 293).
Procesgang
Hoge Raad · 27 maart 2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ7748Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 maart 2007deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2007:AZ7748
Conclusie
Nr. 01634/06
Mr Bleichrodt
Zitting 30 januari 2007
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft verdachte op 18 juli 2005 ter zake van primair "medeplegen van het opzettelijk in voorraad hebben van valse of wederrechtelijk vervaardigde merken; waren die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van het merk waarop een ander recht had; waren, waarop of op de verpakking waarvan een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking, was nagebootst; terwijl verdachte dit misdrijf als bedrijf uitoefent" veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met twee jaren proeftijd, met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.
2. Tegen die veroordeling is cassatie ingesteld. Mr. J.M. Sjöcrona en mr. W.J. Koops, advocaten te 's-Gravenhage, hebben een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.(1)
3. De Hoge Raad zal aan de beoordeling van dit middel evenwel niet kunnen toegekomen.
De cassatieakte houdt namelijk in:
"Op 20 juli 2005 kwam ter griffie van dit gerechtshof mw. A. Rodenburg-Pasma, senior administratief juridisch medewerker bij dit hof die - daartoe gemachtigd blijkens de aan deze akte gehechte volmacht - verklaarde namens
naam: [verdachte]
voornaam: [verdachte]
geboren: 1952 te [geboorteplaats]
wonende te: [0000 AA] [woonplaats]
adres: [a-straat 1]
beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest d.d. 18 juli 2005 (...)"
Aan die akte is een op 20 juli 2005 bij het Gerechtshof Leeuwarden ingekomen faxbericht van mr. L.J. Woltring, de raadsman die verdachte in hoger beroep heeft bijgestaan, gehecht. Dit bericht komt er kort gezegd op neer dat mr. Woltring de griffier een volmacht geeft om voor verdachte cassatie in te stellen.
4. Ingevolge het bepaalde in art. 450, eerste lid onder a, Sv in verbinding met art. 449, eerste lid, Sv kan namens verdachte door een advocaat echter slechts cassatie worden ingesteld indien deze persoonlijk ter griffie verschijnt en aldaar verklaart door de verdachte bepaaldelijk te zijn gemachtigd tot het instellen van dat rechtsmiddel. Een advocaat kan dus niet een griffiemedewerker machtigen om voor zijn cliënt cassatie in te stellen.(2)
5. Gelet op het voorgaande zal verdachte niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in zijn cassatieberoep.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaak onder nr. 001635/06 ([medeverdachte]), waarin ik vandaag ook conclusie neem.
2 Zie bijv. HR NJ 1980, 576, HR NJ 1982, 476, HR NJ 1997, 93 en HR NJ 2001, 293.