Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2009:BG9619 · Parket bij de Hoge Raad · 13 januari 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2009-bg9619
Zaakgegevens
Op 13 januari 2009 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 januari 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/13282 H
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2009:BG9619
Samenvatting
Herziening.
Procesgang
Hoge Raad · 13 januari 2009
ECLI:NL:HR:2009:BG9619Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 januari 2009deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2009:BG9619
Conclusie
Mr Jörg
Nr. 07/13282 H
Zitting 18 november 2008
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoeker bij arrest van 13 april 2007 wegens - kort gezegd - onverzekerd rijden veroordeeld tot een geldboete van € 385,00. Deze zaak is na uitreiking van het verstekarrest op 7 februari 2008 onherroepelijk geworden.
2. De herzieningsaanvraag is ingediend door mr. D. Mattadien, advocaat te 's-Gravenhage.
3. De aanvraag berust op de stelling dat de auto op de pleegdatum 1 juni 2005 wel verzekerd was. Ter staving van deze stelling is bijgevoegd een verklaring ex art. 34 WAM van (destijds) Stad Rotterdam Verzekeringen afgegeven op 3 juni 2005 dat het betreffende voertuig met kenteken [AA-00-BB] op 1 juni 2005 verzekerd was.
4. Naar aanleiding van de verklaring van verzoeker bij zijn staandehouding op 1 juni 2005, inhoudende:
"Ik heb de verzekering afgesloten en afgemeld toen mijn auto gestolen was. Ik heb hem niet meer aangemeld"
Heb ik nader onderzoek laten instellen. Kennelijk ging verzoeker er immers tijdens zijn staandehouding zelf van uit dat de auto niet was verzekerd.
5. Uit de nader ingewonnen informatie bij de Rijksdienst van het Wegverkeer (RDW) is gebleken dat de auto van 15 mei tot 15 juni 2005 is afgemeld geweest bij het Centraal Register Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (CRWAM). Dit wordt ondersteund door de schriftelijke verklaring namens de Directeur van de RDW van 24 november 2005 dat op 1 juni 2005 geen verzekering geregistreerd stond bij de CRWAM. Navraag bij de verzekeraar (thans Fortis ASR geheten) heeft geleid tot een nadere schriftelijke verklaring inhoudende dat op 1 juni 2005 geen verzekering heeft gegolden voor de auto. De auto was weliswaar aangemeld voor verzekering op grond waarvan destijds een art. 34 WAM-verklaring is afgegeven maar er was sprake van een betalingsachterstand zodat (achteraf bezien) op 1 juni 2005 geen verzekering van kracht was.
6. Op grond van het voorgaande moet aangenomen worden dat de auto op 1 juni 2005 niet verzekerd is geweest en dat de art. 34 WAM verklaring ten onrechte door de verzekeringsmaatschappij is afgegeven. Tegen deze achtergrond bezien kan dan ook niet het ernstig vermoeden ontstaan dat indien de rechter met deze feiten bekend zou zijn geweest, hij verzoeker zou hebben vrijgesproken. Integendeel: de veroordeling was nog steviger verankerd.
7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de herzieningsaanvrage ongegrondzal verklaren.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden