Strafrecht overig
Er zijn niet binnen de bij de wet gestelde termijn middelen ingediend door een raadsman zodat verdachte ex…
ECLI:NL:PHR:2009:BH2198 · Parket bij de Hoge Raad · 7 juli 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2009-bh2198
Zaakgegevens
Op 7 juli 2009 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/12511
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2009:BH2198
Samenvatting
Er zijn niet binnen de bij de wet gestelde termijn middelen ingediend door een raadsman zodat verdachte ex art. 437.2 Sv niet in zijn beroep kan worden ontvangen.
Procesgang
Hoge Raad · 7 juli 2009
ECLI:NL:HR:2009:BH2198Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 juli 2009deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2009:BH2198
Conclusie
Nr. 07/12511
Mr. Bleichrodt
Zitting 3 februari 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte 5]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 13 juli 2007 de verdachte ter zake van 1. "deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven" en 2. "medeplegen van opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 34 maanden.
2. Verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, heeft zich in cassatie namens verdachte geen raadsman gesteld en zijn namens verdachte geen middelen van cassatie voorgesteld.(1)
3. Ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van genoemde aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verdachte in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de onder nr. 07/12527 tegen [verdachte 6], de onder nr. 07/12103 tegen [verdachte 1], de onder nr. 07/12480 tegen [verdachte 4], de onder nr. 07/12489 tegen [verdachte 2], de onder nr. 07/10668 tegen [verdachte 7] en de onder nr. 07/12509 tegen [verdachte 3] aanhangige zaken, in welke zaken ik vandaag ook concludeer.