Strafrecht overig

Verdachte niet-ontvankelijk nu niet tijdig middelen zijn ingediend. Zaak hangt samen met 07/11955 P.

Zaakgegevens

Op 26 mei 2009 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
26 mei 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/11976
ECLI
ECLI:NL:PHR:2009:BH5727
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte niet-ontvankelijk nu niet tijdig middelen zijn ingediend. Zaak hangt samen met 07/11955 P.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 26 mei 2009

    ECLI:NL:HR:2009:BH5727
  2. Conclusie A-G · 26 mei 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2009:BH5727

Conclusie

Nr. 07/11976

Mr. Knigge

Zitting: 10 maart 2009

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem op 16 mei 2007 - voor zover aan het oordeel van het Hof onderworpen - wegens "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.

3. Op 15 januari 2008 is aan verdachte de aanzegging van art. 435 Sv betekend. De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 17 maart 2008. Een schriftuur houdende middelen van cassatie is niet binnengekomen.

4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen de verdachte onder nr. 07/11955 P, in welke zaak ik heden eveneens concludeer.