Strafrecht overig
Strafmotivering. Overtreding art. 34 WAM. Begrip ‘verkeersveiligheid’. Gelet op art. 30.6 WAM heeft de…
Parket bij de Hoge Raad, 10 november 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ6927 · Parket bij de Hoge Raad · 10 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2009-bj6927
Zaakgegevens
Op 10 november 2009 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00534
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2009:BJ6927
Samenvatting
Strafmotivering. Overtreding art. 34 WAM. Begrip ‘verkeersveiligheid’. Gelet op art. 30.6 WAM heeft de wetgever bij overtreding van art. 34.1 WAM de veiligheid van het verkeer betrokken geacht. Het Hof heeft in zijn strafmotivering derhalve terecht het belang van de verkeersveiligheid in aanmerking genomen (vgl. HR LJN AD0076).
Procesgang
Hoge Raad · 10 november 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ6927Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2009:BJ6927
Conclusie
Nr. 08/00534
mr Jörg
Zitting 1 september 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte = verzoekster]
1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoekster wegens overtreding van art. 34 WAM veroordeeld tot een taakstraf van 28 uur subsidiair 14 dagen hechtenis. Voorst is verzoekster veroordeeld tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.
2. Namens verzoeker heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de strafmotivering.
4. Die houdt -voor zover voor het middel van belang- in:
"Daarbij is in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft gedurende het tijdvak 6 januari 2006 tot en met 2 juli 2006 de verplichting gehad haar motorrijtuig te verzekeren. Door haar motorrijtuig niet te verzekeren heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht."
5. De steller van het middel acht het zonder nadere toelichting onbegrijpelijk dat de verkeersveiligheid negatief zou worden beïnvloed door het al dan niet voldoen aan de verzekeringsplicht.
6. Het begrip verkeersveiligheid moet niet te eng worden opgevat. Het omvat het geheel aan waarborgen en regels ten einde de situatie op de weg ordelijk en veilig te laten verlopen en een zeker vangnet te bieden wanneer er op de weg iets misgaat. Verzoekster heeft door niet te voldoen aan de verzekeringsplicht blijk gegeven van onverschilligheid ten opzichte van dat stelsel van waarborgen en regels. Bovendien kan de omstandigheid dat een kentekenhouder niet aan zijn verzekeringsplicht voldoet in het algemeen een stimulans zijn om het vluchtmisdrijf van art. 7 WVW 1992 te plegen indien hij betrokken raakt bij een aanrijding.
7. De onderhavige strafmotivering is niet ongebruikelijk bij onverzekerd rijden en is zijdelings aan de orde geweest in HR 18 mei 2004, AO5850 en HR 13 mei 2008 BC6804, waar zij niet tot ambtshalve ingrijpen aanleiding gaf. Dit zegt overigens op zichzelf nog niet zoveel.
8. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk.
9. Het middel faalt en leent zich voor afdoening met de in art. 81 RO bedoelde verkorte motivering. Ambtshalve gronden waarop
Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G