Strafrecht overig
Ontbreken pleitnotities. Het pv ttz. vermeldt dat de raadsvrouw het woord tot verdediging voert a.d.h.v. haar…
ECLI:NL:PHR:2009:BJ8565 · Parket bij de Hoge Raad · 17 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2009-bj8565
Zaakgegevens
Op 17 november 2009 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 01157/07
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2009:BJ8565
Samenvatting
Ontbreken pleitnotities. Het pv ttz. vermeldt dat de raadsvrouw het woord tot verdediging voert a.d.h.v. haar (overgelegde) pleitnotities en dat zij verweren voert als in het arrest weergegeven. De in het pv vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de HR toegezonden stukken, zodat niet valt na te gaan of er ttz. meer verweren zijn gevoerd dan het in het bestreden arrest genoemd dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit, gelet op o.g.v. door de AG ingewonnen inlichtingen, onherstelbare verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak.
Procesgang
Hoge Raad · 17 november 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ8565Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2009:BJ8565
Conclusie
Nr. 01157/07
Mr. Machielse
Zitting 22 september 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft aan verdachte op 14 juni 2006 voor oplichting en medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. Voorts heeft het hof de verbeurdverklaring uitgesproken van in beslag genomen geldbedragen, de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Mr. D. Rupert, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld. Mr. G.A., Jansen, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3.1. Het eerste middel klaagt dat de ter terechtzitting in hoger beroep van 31 mei 2006 overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken, hetgeen tot vernietiging behoort te leiden.
3.2. Onder de bij de Hoge Raad ontvangen stukken bevindt zich een pleitnota die kennelijk ter terechtzitting in hoger beroep van 10 mei 2005 is voorgedragen. Daarna heeft het hof op 24 mei 2005 een tussenarrest gewezen, waarna op 31 mei 2006 het onderzoek ter terechtzitting opnieuw is aangevangen. Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt het volgende in:
"De advocaat voert het woord tot verdediging aan de hand van haar pleitnotities, die door haar aan het hof worden overgelegd en waarvan de inhoud als hier ingevoegd geldt. De advocaat voert daarbij het verweer als weergegeven in het arrest."
3.3. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437, tweede lid, Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. HR 15 juni 2004, LJN AO8819, NJ 2004, 465 en - thans ook - art. IV lid 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad 2008, Stcrt. 147). In het onderhavige geval heeft de advocaat zich per brief van 22 juni 2007 - en dus nog binnen de in art. 437 lid 2 Sv bepaalde termijn - tot de griffier van de Hoge Raad gewend met het verzoek haar de ontbrekende pleitnota te doen toekomen. De pleitnota van 31 mei 2006 is echter niet opgedoken, zodat het middel slaagt.
4.1. Het tweede middel klaagt over een schending van de redelijke termijn in de cassatiefase. Het beroep in cassatie is op 28 juni 2006 ingesteld en de stukken van het geding zijn eerst op 20 april 2007 ter administratie van de Hoge Raad ontvangen.
4.2. Het middel behoeft gelet op HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358 m.nt. Mevis rov. 3.5.3 geen bespreking.
5. Het eerste middel slaagt met als gevolg dat het tweede middel buiten bespreking kan blijven. Gronden voor ambtshalve vernietiging heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen dezelfde verdachte nr. 01174/07/P waarin ik ook vandaag concludeer.