Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie voorgesteld. Derhalve is niet in acht genomen het voorschrift…
Parket bij de Hoge Raad, 19 januari 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BK3428 · Parket bij de Hoge Raad · 19 januari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2010-bk3428
Zaakgegevens
Op 19 januari 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 januari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/13420 P
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BK3428
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie voorgesteld. Derhalve is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 jo. art. 511h Sv, zodat betrokkene niet in het beroep kan worden ontvangen.
Procesgang
Hoge Raad · 19 januari 2010
ECLI:NL:HR:2010:BK3428Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 januari 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BK3428
Conclusie
Nr. 07/13420 P
Mr. Vellinga
Zitting: 10 november 2009 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[veroordeelde=betrokkene]
1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 september 2007.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/13420 P en 07/13421. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Veroordeelde heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG