Strafrecht overig

Profijtontneming. Nu in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak onder nr 07/12166 de…

Zaakgegevens

Op 23 maart 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
23 maart 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/12141 P
ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BK6923
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. Nu in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak onder nr 07/12166 de overschrijding van de redelijke termijn zal worden gecompenseerd, kan hier worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 23 maart 2010

    ECLI:NL:HR:2010:BK6923
  2. Conclusie A-G · 23 maart 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2010:BK6923

Conclusie

Nr. S 07/12141 P

mr. Hofstee

Zitting 15 december 2009

Conclusie inzake:

[Betrokkene]

1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 25 mei 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 15.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.(1)

2. Namens verzoeker heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.

3. Het middel klaagt dat de redelijke inzendtermijn in cassatie is overschreden.

4. Het middel klaagt hier terecht over. Verzoeker heeft op 4 juni 2007 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 21 juli 2008 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat brengt mee dat de inzendtermijn van maximaal acht maanden met ruim vijfeneenhalve maand is overschreden.

5. Ambtshalve wijs ik er op dat de zaak ook in cassatie niet binnen de daarvoor gestelde termijn kan worden afgedaan. Het geding behoort in cassatie binnen twee jaren met een einduitspraak te zijn afgerond nadat het rechtsmiddel is ingesteld. Deze termijn is inmiddels met ruim een half jaar overschreden.

6. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn dienen te leiden tot een door Uw Raad te bepalen vermindering van het ontnemingsbedrag (HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358).

7. Overige gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.

8. Deze conclusie strekt tot vermindering van het ontnemingsbedrag volgens het gebruikelijke tarief, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Deze ontnemingszaak hangt samen met de hoofdzaak met griffienummer 07/12166 waarin ik heden eveneens concludeer.