Strafrecht overig

Beklag. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC9406. Het kennelijke oordeel van de Rb dat, gelet op…

Zaakgegevens

Op 9 februari 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
9 februari 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/02925 B
ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BK7062
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC9406. Het kennelijke oordeel van de Rb dat, gelet op de sepotbeslissing sprake is van een vervolgde zaak die tot een einde is gekomen, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 9 februari 2010

    ECLI:NL:HR:2010:BK7062
  2. Conclusie A-G · 9 februari 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2010:BK7062

Conclusie

Nr. 08/02925 B

Mr. Vellinga

Zitting: 15 december 2009

Conclusie inzake:

[Klaagster]

1. De Rechtbank te Haarlem heeft bij beschikking van 31 januari 2008 klaagster niet ontvankelijk verklaard in het namens haar ingediende klaagschrift, strekkende tot teruggave aan klaagster van een geldbedrag van € 31.400,-.

2. Tegen deze beschikking is namens klaagster op 13 februari 2008 beroep in cassatie ingesteld.

3. Namens klaagster heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in haar beklag.

5. De Rechtbank heeft klaagster niet ontvankelijk verklaard in haar beklag omdat zij het klaagschrift niet heeft ingediend binnen drie maanden nadat de vervolgde zaak tot een einde is gekomen (art. 552a lid 3 Sv).

6. In de besteden beschikking wordt vastgesteld dat onder [betrokkene 1] in beslag is genomen een geldbedrag en dat de strafzaak tegen [betrokkene 1] door de officier van justitie is geseponeerd.

7. Van een vervolgde zaak in de zin van art. 552a, derde lid, Sv is geen sprake wanneer een zaak, zonder dat een rechter in de zaak betrokken is, met een sepot is geëindigd. In een dergelijk geval is sprake van een situatie waarin geen vervolging is ingesteld zoals bedoeld in art. 552a, vierde lid, Sv zodat een klaagschrift uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming daarvan moet zijn ingediend. (1)

8. Het kennelijke oordeel van de Rechtbank dat, gelet op de sepotbeslissing, sprake is van een vervolgde zaak als bedoeld in art. 552a lid 3 Sv getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting.

9. Het middel slaagt.

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 15 april 2008, LJN BC9406, later bevestigd in HR 7 juli 2009, LJN BI0537.