Strafrecht overig

Beklag. Klager wordt n-o verklaard wegens gebrek aan belang nu er t.a.v. het beslag bij (nog niet…

Parket bij de Hoge Raad, 16 maart 2010

Zaakgegevens

Op 16 maart 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
16 maart 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00661 B
ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BL0637
E-mail

Samenvatting

Beklag. Klager wordt n-o verklaard wegens gebrek aan belang nu er t.a.v. het beslag bij (nog niet onherroepelijk) vonnis is beslist.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 16 maart 2010

    ECLI:NL:HR:2010:BL0637
  2. Conclusie A-G · 16 maart 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2010:BL0637

Conclusie

Nr. 09/00661 B

Mr. Knigge

Zitting: 19 januari 2010

Conclusie inzake:

[Klager]

1. De Rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 11 december 2008 het beklag van verzoeker ongegrond verklaard.

2. Namens de verzoeker heeft mr. Hendriksen, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Uit het dossier blijkt dat op 12 november 2005 en op 15 november 2007 onder klager goederen in beslag werden genomen. Ten aanzien van het beslag d.d. 12 november 2005 is door klager in 2006 reeds eerder een klaagschrift ex. art. 552a Sv ingediend. Dit klaagschrift is, bij beschikking van de Rechtbank Amsterdam d.d. 19 mei 2006 RK 06/194 deels gegrond en deels ongegrond verklaard waarbij de teruggave aan verzoeker van een aantal van de inbeslaggenomen voorwerpen is gelast.(1) In cassatie is deze beschikking in stand gebleven.(2) Ten aanzien van beide beslagen heeft de raadsman van klager op 13 augustus 2008 een klaagschrift ingediend. De Rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking d.d. 11 december 2008 RK 08/4269 en 08/4270 het beklag ongegrond verklaard. Hiertegen is namens verzoeker cassatie ingesteld.

4. Uit door mijn medewerker ingewonnen informatie blijkt dat op 21 januari 2009 vonnis is gewezen in de strafzaak jegens klager. In dit vonnis heeft de Rechtbank ook een beslissing genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen.(3) Dit betekent dat, gezien HR 8 januari 2008, LJN BB 8989, NJ 2008, 53 klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beroep.

5. Gezien het bovenstaande strekt deze conclusie ertoe dat klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zo blijkt uit de conclusie van mijn voormalig amtgenoot mr. Wortel voorafgaand aan HR 18 december 2007, LJN: BB8992 (niet gepubliceerd).

2 HR 18 december 2007, LJN BB8992 (niet gepubliceerd).

3 Ik ga er voorshands vanuit dat de Rechtbank in haar vonnis over alle inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven goederen heeft beslist. Een vergelijking tussen de processen-verbaal van de inbeslagneming (welke zijn gehecht aan de ingediende klaagschriften) en het vonnis van de Rechtbank geeft daarover geen uitsluitsel. De discrepantie zou kunnen worden toegeschreven aan een eerdere teruggave van goederen door de officier van justitie. Daarbij merk ik op dat de Rechtbank bij beschikking van 19 mei 2006 de teruggave van een aantal goederen gelast. Maar hoe dan ook, voorshands zie ik geen reden om aan te nemen dat de Rechtbank niet conform art. 353 Sv over al het beslaggoed heeft beslist. Mocht dit anders blijken te liggen, dan zou dit in een zogenaamde Borgers-brief gemotiveerd en gespecificeerd onder de aandacht van de Hoge Raad kunnen worden gebracht.