Strafrecht overig
Bewijsklacht medeplegen van verduistering. HR: 81 RO.
ECLI:NL:PHR:2010:BM0783 · Parket bij de Hoge Raad · 8 juni 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2010-bm0783
Zaakgegevens
Op 8 juni 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juni 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00967
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BM0783
Samenvatting
Bewijsklacht medeplegen van verduistering. HR: 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 8 juni 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM0783Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juni 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BM0783
Conclusie
Nr. 08/00967
Mr. Vellinga
Zitting: 6 april 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis.
2. Namens verdachte heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Anders dan het middel wil kan uit de gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder voor zover inhoudende dat de televisie in de woning van de verdachte is gezet, worden afgeleid dat verdachte en [betrokkene 1] zo bewust en nauw heben samengewerkt met het oog op het wederrechtelijk toeëigenen van de televisie door verdachte en [betrokkene 1], dat van medeplegen van de bewezenverklaarde verduistering kan worden gesproken.
4. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
5. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Het cassatieberoep is ingesteld op 28 februari 2008. De Hoge Raad zal in deze zaak uitspraak doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Het voorgaande brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Nu aan de verdachte evenwel een taakstraf van minder dan honderd uren is opgelegd, kan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden, worden volstaan.(1)
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008, 358, rov. 3.6.2. onder C.