Strafrecht overig

Beslag ex art. 94 Sv. Maatstaf. In geval van een beklag ex art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te…

Parket bij de Hoge Raad, 15 juni 2010

Zaakgegevens

Op 15 juni 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juni 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/01743 B
ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BM0797
E-mail

Samenvatting

Beslag ex art. 94 Sv. Maatstaf. In geval van een beklag ex art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.

De OvJ heeft te kennen gegeven dat hij voornemens is de onder klager in beslag genomen heftruck en bulldozer op de voet van art. 116.2.b Sv terug te geven aan bedrijf X respectievelijk Y. Nu daaruit volgt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet vordert, diende de Rb te onderzoeken of bedrijf X respectievelijk Y redelijkerwijs als rechthebbende(n) ten aanzien van de heftruck respectievelijk de bulldozer moeten worden aangemerkt. De Rb heeft, door te oordelen dat zij niet voldoende aannemelijk acht dat klager een zodanig valide aanspraak op genoemde voorwerpen kan maken dat hij redelijkerwijs als rechthebbende daarvan kan worden aangemerkt, een andere dan de toepasselijke, en dus onjuiste, maatstaf aangelegd.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 juni 2010

    ECLI:NL:HR:2010:BM0797
  2. Conclusie A-G · 15 juni 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2010:BM0797

Conclusie

Nr. 08/01743 B

Mr. Vellinga

Zitting: 6 april 2010

Conclusie inzake:

[Klager]

1. De Rechtbank te Roermond heeft bij beschikking van 18 maart 2008 het namens klager ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan klager van inbeslaggenomen voorwerpen, ongegrond verklaard.

2. Tegen deze beschikking is namens klager op 26 maart 2008 beroep in cassatie ingesteld.

3. Namens klager heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Nu de Rechtbank niet heeft vastgesteld dat de eigenaar de onderhavige goederen door diefstal verloren heeft, is de motivering van de beslissing van de Rechtbank gelet op het bepaalde in art. 3:86 lid 1 BW zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk.

5. Het middel slaagt.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG