Strafrecht overig

Profijtontneming. Art. 359.2 Sv m.b.t. elektriciteitskosten. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN…

Zaakgegevens

Op 28 september 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28 september 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00387 P
ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BM6894
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. Art. 359.2 Sv m.b.t. elektriciteitskosten. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC2913. Het Hof heeft hetgeen is aangevoerd kennelijk niet opgevat als een uos. Dat is onjuist noch onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de raadsman niet heeft gespecificeerd in hoeverre die kosten in directe relatie staan tot het delict en evenmin iets heeft aangevoerd omtrent het daadwerkelijk voldaan zijn van die kosten.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 28 september 2010

    ECLI:NL:HR:2010:BM6894
  2. Conclusie A-G · 28 september 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2010:BM6894

Conclusie

Nr. 09/00387 P

Mr. Vellinga

Zitting: 1 juni 2010

Conclusie inzake:

[Betrokkene = veroordeelde]

1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het ontnemingsarrest van het Gerechtshof te Arnhem d.d. 5 september 2008.

2. Namens veroordeelde heeft mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam, drie middelen van cassatie voorgesteld.

3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/00382 en 09/00387P. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

Het eerste middel

4. Het Hof heeft een beroep op schending van de redelijke termijn uitgebreid gemotiveerd verworpen. Daar komt het middel niet tegenop.

5. In cassatie is gelet op de datum van instellen van het beroep in cassatie en de datum van binnenkomst van de stukken bij de Hoge Raad (vooralsnog) geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.

6. Het middel faalt.

Het tweede middel

7. De verwerping van het verweer dat er geen eerdere oogst heeft plaatsgevonden ligt besloten in het oordeel van het Hof dat en waarom er een eerdere oogst heeft plaatsgevonden.(1) Het middel mist derhalve feitelijke grondslag.

8. Het middel faalt.

Het derde middel

9. Nu de raadsman blijkens zijn pleitnotities ter terechtzitting in hoger beroep van 22 augustus 2008 heeft aangevoerd(2) dat de elektriciteitskosten ten bedrage van € 22.963,47 in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel dienen te worden betrokken en daarbij ter staving van die kosten heeft verwezen naar de zich in het strafdossier bevindende aangifte van Nuon waarin dat bedrag als kosten van elektriciteitsgebruik wordt genoemd(3), kan dit standpunt bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebracht. Het Hof is bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken maar heeft - in strijd met art. 359, tweede lid, Sv - niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ingevolge art. 359, achtste lid, Sv nietigheid tot gevolg.

10. Het middel slaagt.

11. Het eerste en tweede middel kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie p. 2 van het bestreden arrest.

2 P. 4.

3 Doorgenummerde pagina's 27 en 28 van het dossier in de strafzaak, bij de Hoge Raad aanhangig onder nummer 09/00382.