Strafrecht overig
U.o.s. m.b.t. straftoemeting. Hof heeft de strafoplegging - ook in het licht van hetgeen door de verdachte is…
Parket bij de Hoge Raad, 14 september 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BM8037 · Parket bij de Hoge Raad · 14 september 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2010-bm8037
Zaakgegevens
Op 14 september 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 september 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/00288
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BM8037
Samenvatting
U.o.s. m.b.t. straftoemeting. Hof heeft de strafoplegging - ook in het licht van hetgeen door de verdachte is aangevoerd - toereikend gemotiveerd.
Procesgang
Hoge Raad · 14 september 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM8037Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 september 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BM8037
Conclusie
Nr. 09/00288
Mr Jörg
Zitting 8 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Bij arrest van 21 juli 2008 is verzoeker door het gerechtshof te Arnhem wegens - kort gezegd - rijden onder invloed veroordeeld tot een geldboete van € 650,= en zes maanden onvoorwaardelijke rijontzegging.
2. Namens verzoeker heeft mr. J.J.A.P. van Breukelen, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het hof heeft nagelaten in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat verzoeker een geheel voorwaardelijke rijontzegging diende te krijgen.
4. Het proces-verbaal van de zitting van 7 juli 2008 houdt als verklaring van verzoeker - voor zover hier van belang - het volgende in:
"Ik heb een bedrijf in het ontwerpen en drukken van rouwkaarten. Deze kaarten moeten binnen 24 uur gedrukt en geleverd worden. Een koerier is te duur voor mijn bedrijf. Op het moment leef ik van € 650,00 per maand. De omzet van mijn bedrijf vloeit daarin terug. Ik werkte vorig jaar bij "regeldat.nl". Ik heb twee banen naast elkaar gehad. Vanaf januari van dit jaar doe ik alleen nog maar de rouwkaarten."
5. De strafmotivering van het hof houdt dienaangaande in:
"In het bijzonder overweegt het hof (...) dat door verdachte in hoger beroep onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die zouden moeten leiden tot een andere straf dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd."
6. Anders dan in de toelichting op het middel wordt betoogd kan de overweging van het hof dat door verzoeker "onvoldoende feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die zouden moeten leiden tot een andere straf" dan een onvoorwaardelijke rijontzegging, wel degelijk gelden als antwoord op het standpunt van verzoeker dat hij "het liefst" een geheel voorwaardelijke rijontzegging heeft. De daarvoor aangevoerde feiten en omstandigheden zijn door het hof kennelijk te licht bevonden. Daarmee is het hof binnen zijn straftoemetingsvrijheid gebleven. Hier ligt verder geen taak voor de Hoge Raad.
7. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
8. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G, wnd