Strafrecht overig
Art. 197 Sr. Een tegen de beschikking waarbij een persoon ongewenst is verklaard gemaakt bezwaar heeft geen…
ECLI:NL:PHR:2010:BN1702 · Parket bij de Hoge Raad · 28 september 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2010-bn1702
Zaakgegevens
Op 28 september 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 september 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/04182
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BN1702
Samenvatting
Art. 197 Sr. Een tegen de beschikking waarbij een persoon ongewenst is verklaard gemaakt bezwaar heeft geen schorsende werking, vgl. ABRvS LJN AE1108.
Procesgang
Hoge Raad · 28 september 2010
ECLI:NL:HR:2010:BN1702Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 september 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BN1702
Conclusie
Nr. 08/04182
Mr. Vellinga
Zitting: 29 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 18 september 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. P.L.E.M. Krauth, advocaat te Zwolle, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen het oordeel, dat, nu artikel 3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 inhoudt dat het indienen van een bezwaarschrift tegen ongewenstverklaring de werking van de beschikking niet opschort en de beschikking dus onmiddellijke werking heeft, de stelling van de raadsman dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde omdat er op 7 januari 2008 nog niet onherroepelijk was beslist op het bezwaarschrift tegen de beschikking tot ongewenstverklaring, geen steun vindt in het recht.
4. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.(1) Genoemde bepaling stemt overeen met de hoofdregel vervat in art. 6:16 Awb terwijl bij de Vreemdelingenwet niet anders is bepaald.
5. Het middel faalt. Dat geldt temeer nu - zoals verdachtes raadsman heeft verklaard - het beroep tegen bedoelde beschikking is verworpen.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 18 november 1986, NJ 1987, 491