Strafrecht overig
Bewijsklacht opzetheling. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, kan uit de gebezigde b.m. niet worden…
ECLI:NL:PHR:2010:BO1272 · Parket bij de Hoge Raad · 7 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2010-bo1272
Zaakgegevens
Op 7 december 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/05147
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BO1272
Samenvatting
Bewijsklacht opzetheling. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, kan uit de gebezigde b.m. niet worden afgeleid dat verdachte, zoals is bewezenverklaard, wist dat de fiets een door misdrijf verkregen goed betrof.
Procesgang
Hoge Raad · 7 december 2010
ECLI:NL:HR:2010:BO1272Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 december 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BO1272
Conclusie
Nr. 08/05147
Mr. Vellinga
Zitting: 12 oktober 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 26 september 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt over het bewijs van het onder 1 bewezenverklaarde feit voor wat betreft verdachtes wetenschap.
4. Het Hof heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard dat hij:
"op 30 september 2007 te Amsterdam een fiets voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het een door een misdrijf verkregen goed betrof;"
5. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:
"Een geschrift, te weten een fotokopie van een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007263474-2 van 30 september 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pag. 9-10).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:
Op 30 september 2007 stonden wij, verbalisanten, op de Singel te Amsterdam. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag een persoon fietsen, welke mij ambtshalve bekend is als zijnde een veelpleger en welke genaamd is [verdachte]. Ik zag [verdachte] fietsen op een zwarte omafiets en ik zag dat hij met zijn rechterhand een groene damesfiets vasthield.
Ik, [verbalisant 1], heb hierop [verdachte] fysiek staande gehouden teneinde te controleren of de fietsen als gestolen gesignaleerd stonden. De centralist deelde ons mede dat de zwarte omafiets gesignaleerd stond als zijnde gestolen.
Op de Nieuwezijds Voorburgwal te Amsterdam hebben wij de verdachte aangehouden.
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 4 december 2007. Deze verklaring houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik heb op 30 september 2007 een fiets gekocht want ik kon er iets aan verdienen. Ik heb de fiets voor EUR 50,- gekocht. Ik kon er EUR 90,- voor krijgen."
6. In aanmerking genomen dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt van de hoedanigheid van de oma-fiets - uiterlijke staat, ouderdom(1) - kan bij gebreke van enige nadere bewijsmotivering door het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het een door een misdrijf verkregen goed betrof, ook niet dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de oma-fiets van diefstal afkomstig was. Daarbij teken ik aan dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte er ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets van op de hoogte was dat hij de fiets kon verkopen voor een bedrag van € 90,-- en uit dat bedrag niet kan worden afgeleid dat de fiets naar uiterlijke kenmerken van zo goede kwaliteit was dat de verdachte moet hebben beseft dat deze wel van misdrijf afkomstig moest zijn, althans dat een aanmerkelijke kans bestond dat dat het geval was.
7. Het Hof bezigt voor het bewijs ook dat de politie bekend was dat de verdachte veelpleger was. Aan het bewijs van het tenlastegelegde kan dat niet bijdragen.
8. Het middel slaagt.
9. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 10 oktober 2008 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat sedertdien meer dan vierentwintig maanden zijn verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit punt kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het bestreden arrest om andere redenen niet in stand kan blijven en de zaak dient te worden teruggewezen of verwezen.(2)
10. Andere gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft het onder 1 tenlastegelegde en de opgelegde straf en in zoverre terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 In de vakhandel zag ik "een Gazelle omafiets" aangeboden voor € 379,--, bij de Hema voor € 275,--, bij bouwmarkten goedkoper (Karwei medio september 2010: € 159,--).
2 HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358, rov. 3.5.3.