Strafrecht overig
Aanwezigheidsrecht. Gelet op het door de AG bij het Hof overgelegd formulier is ’s Hofs oordeel dat verdachte…
Parket bij de Hoge Raad, 18 januari 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BO5366 · Parket bij de Hoge Raad · 18 januari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2011-bo5366
Zaakgegevens
Op 18 januari 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 januari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04890
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BO5366
Samenvatting
Aanwezigheidsrecht. Gelet op het door de AG bij het Hof overgelegd formulier is ’s Hofs oordeel dat verdachte t.t.v. de behandeling van zijn zaak niet was gedetineerd onbegrijpelijk.
Procesgang
Hoge Raad · 18 januari 2011
ECLI:NL:HR:2011:BO5366Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 januari 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BO5366
Conclusie
Nr. 09/04890
Mr. Hofstee
Zitting: 16 november 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte = verzoeker]
1. Verzoeker is bij arrest van 25 november 2009 door het gerechtshof te Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Namens verzoeker heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat verzoeker ten onrechte niet ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep. Uit de stukken wordt, volgens de steller van het middel, niet duidelijk op welke datum verzoeker in hoger beroep is gedagvaard, zodat niet kan worden gecontroleerd of verzoeker op dat moment was gedetineerd. Voorts klaagt het middel dat ten onrechte op 25 november 2009 is geconcludeerd dat hij twee dagen voor de terechtzitting en op de dag van de terechtzitting niet gedetineerd zat, met als gevolg dat verstek is verleend en verzoeker niet in gelegenheid is geweest zijn verdediging te voeren.
4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 25 november 2009 houdt onder meer het volgende in:
"De advocaat-generaal legt over een formulier waaruit blijkt dat achtereenvolgens bij het dagvaarden, 2 dagen voor de terechtzitting van heden en heden door middel van geautomatiseerde informatiesystemen (VIP) is gecontroleerd of verdachte in een Nederlandse penitentiaire inrichting verbleef, hetgeen niet het geval bleek te zijn."
5. Blijkens zich in het dossier bevindende stukken is aan verzoeker op 21 oktober 2009 de dagvaarding in hoger beroep uitgereikt, terwijl verzoeker uit anderen hoofde in het huis van bewaring gedetineerd was. Voorts bevindt zich bij deze stukken een formulier waaruit kan worden opgemaakt dat tijdens de controle in VIPS is gebleken dat verzoeker twee dagen voor de zitting en op de dag van de zitting wèl was gedetineerd. Derhalve is 's hofs oordeel dat verzoeker ten tijde van de zitting, alsmede twee dagen daarvóór, niet gedetineerd was, niet begrijpelijk en had het hof niet zonder meer verstek mogen verlenen.(1)
6. Het middel slaagt.
7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317 (r.o. 3.33).