Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2011:BO8003 · Parket bij de Hoge Raad · 1 februari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2011-bo8003
Zaakgegevens
Op 1 februari 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 februari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/02217
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BO8003
Samenvatting
HR: art. 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 1 februari 2011
ECLI:NL:HR:2011:BO8003Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 februari 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BO8003
Conclusie
Nr. 09/02217
Mr. Silvis
Zitting 7 december 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is bij arrest van 20 mei 2009 door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem wegens "diefstal door twee of meer verenigde personen", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
2. Namens verdachte heeft mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het hof bij de strafoplegging rekening heeft gehouden met feiten en omstandigheden die niet uit het onderzoek ter terechtzitting zijn gebleken.
4. Het hof heeft de aan verdachte opgelegde straf als volgt gemotiveerd:
"(...)
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden daaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte is een veelpleger, zoals blijkt uit de vele inmiddels onherroepelijke veroordelingen voor(vermogens)misdrijven vermeld in een 42 pagina's tellend uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 17 april 2009.
In de gepubliceerde oriëntatiepunten die binnen de rechterlijke macht worden gehanteerd (de oriëntatiepunten straftoemeting) is onder meer als oriëntatiepunt opgenomen voor een feit als het bewezenverklaarde gepleegd door een veelpleger, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken. Het hof is van oordeel dat hier sprake is van een zwaardere winkeldiefstal, omdat verdachte met een geprepareerde jas op strooptocht is gegaan. Oplegging van een zwaardere straf dan het oriëntatiepunt voor een standaard winkeldiefstal is daarom passend en geboden.(...)"
5. Volgens de toelichting op het middel is 's hofs overweging dat "verdachte met een geprepareerde jas op strooptocht is gegaan" onbegrijpelijk, nu deze feiten niet volgen uit de bewijsmiddelen, dan wel blijken uit de gedingstukken.
6. Bij het verlaten van de winkel gaat het alarm van de beveiligingspoortjes niet af, zoals de raadsman ter zitting ook aangeeft. Dat verdachte een geprepareerde jas droeg maakt het hof kennelijk in combinatie met dat gegeven op uit de door het hof ter terechtzitting van 6 mei 2009 als bewijsmiddel gebezigde waarnemingen, gedaan bij gelegenheid van het tonen van video-opnamen van 28 november 2007 in de winkel '[A]' te Veenendaal, inhoudende - voor zover relevant -:
"(...)
- De vrouw heeft een zwarte tas met een wit hengsel vast. Deze tas wordt bewogen tussen verdachte en de vrouw.
- Verdachte maakt een beweging dat hij iets in zijn jas (aan de rechterkant) steekt.
- De vrouw pakt tweemaal een zwarte tas. De vrouw geeft een zwart voorwerp aan verdachte. Verdachte steekt een zwart voorwerp in zijn jas (aan zijn linkerkant).
- De vrouw en verdachte lopen weg. Bij verdachte is een zwart rechthoekig voorwerp in zijn jas (aan zijn linkerkant) zichtbaar.
(...)"(1)
7. Geen rechtsregel verzet zich er tegen dat het hof deze, op basis van eigen waarnemingen getrokken conclusie bij de strafoplegging betrekt. Voor zover het hof voorts heeft overwogen dat verdachte met een geprepareerde jas op strooptocht is gegaan, doelt het kennelijk op het bewezenverklaarde feit, in die zin dat verdachte zich met de jas naar de winkel '[A]' heeft begeven teneinde de bewezenverklaarde winkeldiefstal van twee tassen te plegen en niet, zoals de steller van het middel lijkt te begrijpen, dat verdachte per se uit was op het plegen van diefstallen in meerdere winkels. Het middel klaagt tevergeefs.
8. Het voorgestelde middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie p. 3 van het bestreden arrest.