Strafrecht overig

Profijtontneming. Ontvankelijkheid cassatieberoep. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN…

Zaakgegevens

Op 12 april 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
12 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/02702 P
ECLI
ECLI:NL:PHR:2011:BP6019
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. Ontvankelijkheid cassatieberoep. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AD5163. In aanmerking genomen dat uit de stukken van het geding kan worden afgeleid dat het door betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres door het latere, bij het instellen van cassatie door de raadsman van betrokkene opgegeven adres is achterhaald, behoefde het eerste adres niet te worden aangemerkt als een adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van betrokkene zou kunnen gelden. Het voorgaande brengt mee dat de aanzegging als bedoeld in art. 435.1 Sv op 11 januari 2010 rechtsgeldig is betekend, zodat de in art. 437.2 Sv genoemde termijn van 60 dagen voor het indienen van middelen van cassatie, die op grond van art. 511h Sv ook van toepassing is in ontnemingszaken, op 12 maart 2010 is verstreken. Nu betrokkene eerst op 15 maart 2010 door zijn raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is bedoeld voorschrift niet in acht genomen, zodat betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 12 april 2011

    ECLI:NL:HR:2011:BP6019
  2. Conclusie A-G · 12 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2011:BP6019

Conclusie

Nr. 09/02702 P

Mr. Hofstee

Zitting: 15 februari 2011

Conclusie inzake:

[Betrokkene=verzoeker]

1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 20 april 2009 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 605.880,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

2. Namens verzoeker heeft mr. M.D. Sint Nicolaas, advocaat te 's-Gravenhage, op 29 april 2009 tijdig cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens hem niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend.

3. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de vorenbedoelde aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend.

4. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G