Strafrecht overig
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
ECLI:NL:PHR:2011:BP9442 · Parket bij de Hoge Raad · 21 juni 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2011-bp9442
Zaakgegevens
Op 21 juni 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/01590
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BP9442
Samenvatting
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 19 januari 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BK9356Hoge Raad · 21 juni 2011
ECLI:NL:HR:2011:BP9442Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 juni 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BP9442
Conclusie
Nr. 10/01590
Mr. Machielse
Zitting 15 maart 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 wegens 1. primair "medeplegen van doodslag" en 2. subsidiair tweede cumulatief/alternatief "mishandeling gepleegd met voorbedachte raad, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.
2. Mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, heeft beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 12 mei 2010 rechtsgeldig betekend. De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 12 juli 2010. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met 10/00444 ([medeverdachte 1]), 10/00470 ([medeverdachte 5]), 10/00540 ([medeverdachte 2]) en 10/01588 ([medeverdachte 3]) waarin ik vandaag ook concludeer.