Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 24 mei 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ0767 · Parket bij de Hoge Raad · 24 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2011-bq0767
Zaakgegevens
Op 24 mei 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/01395
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BQ0767
Samenvatting
HR: 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 24 mei 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ0767Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 mei 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BQ0767
Conclusie
Nr. 10/01395
Mr. Vellinga
Zitting: 22 maart 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens 1,2 en 3, telkens "Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming" en 4. "Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Voorts bevat het arrest enige bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/01395 en 10/04121. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte heeft mr. S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt dat het Hof niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn het verkorte arrest met bewijsmiddelen heeft aangevuld.
5. Namens verdachte is op 25 februari 2010 beroep in cassatie ingesteld. De aanvulling met bewijsmiddelen is op 19 augustus 2010 door de oudste raadsheer ondertekend. Dit brengt mee dat de termijn als bedoeld in art. 365a, tweede en derde lid, Sv is overschreden. De wet stelt echter geen sanctie op de niet nakoming van die termijn.(1)
6. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie HR 24 maart 1998, NJ 1998, 557 en HR 21 september 1999, NJ 1999, 786.