Strafrecht overig
Art. 437 Sv. Geen schriftuur houdende middelen ingediend. Verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
ECLI:NL:PHR:2011:BT1865 · Parket bij de Hoge Raad · 22 november 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2011-bt1865
Zaakgegevens
Op 22 november 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/00478
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BT1865
Samenvatting
Art. 437 Sv. Geen schriftuur houdende middelen ingediend. Verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Procesgang
Hoge Raad · 22 november 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT1865Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 november 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BT1865
Conclusie
Nr. 11/00478
Mr. Machielse
Zitting 6 september 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte bij arrest van 27 januari 2010 voor 1. "Als leider deelnemen aan een organisatie die het oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 3. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" en 5. "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd" en "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
2. Mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 2 maart 2011 betekend. Binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden is in de zaak van verdachte geen schriftuur ontvangen.
Het cassatieberoep is derhalve niet ontvankelijk.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaken 11/00461 ([medeverdachte 2]), 11/00477 ([medeverdachte 4]) en 10/00882 ([medeverdachte 3]), waarin ik vandaag ook concludeer.