Strafrecht overig
Art. 437 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard nu geen schriftuur houdende middelen is ingediend.
Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BT2560 · Parket bij de Hoge Raad · 15 november 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2011-bt2560
Zaakgegevens
Op 15 november 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 november 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/01941
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BT2560
Samenvatting
Art. 437 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard nu geen schriftuur houdende middelen is ingediend.
Procesgang
Hoge Raad · 15 november 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT2560Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 november 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BT2560
Conclusie
Nr. 10/01941
Mr. Aben
Zitting 20 september 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem heeft bij arrest van 26 april 2010 de verdachte ter zake van "Een gedraging in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van verschillende inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Deze zaak hangt samen met zaaknummer 10/01944. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden