Strafrecht overig

Geen middelen ingediend. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Zaakgegevens

Op 17 januari 2012 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17 januari 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/02814
ECLI
ECLI:NL:PHR:2012:BU4006
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 17 januari 2012

    ECLI:NL:HR:2012:BU4006
  2. Conclusie A-G · 17 januari 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2012:BU4006

Conclusie

Nr. 11/02814

Mr. Machielse

Zitting 8 november 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte 2](1)

1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 25 oktober 2010 voor 1: mensenhandel, gepleegd door 2 of meer verenigde personen en 2: mensenhandel, gepleegd door 2 of meer verenigde personen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Voorts heeft het hof vorderingen van de benadeelde partij toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd zoals in het arrest omschreven.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.

3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 6 juli 2011 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 5 september 2011. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.(2)

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de zaken [verdachte 1], 11/02813, en [verdachte 3], 11/02815, waarin ik vandaag ook concludeer.

2 A.J.A. van Dorst, 2009. Cassatie in strafzaken, p. 74.