Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BX6934 · Parket bij de Hoge Raad · 25 september 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2012-bx6934
Zaakgegevens
Op 25 september 2012 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/05477
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2012:BX6934
Samenvatting
HR: art. 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 25 september 2012
ECLI:NL:HR:2012:BX6934Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 september 2012deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2012:BX6934
Conclusie
Nr. 11/05477
Mr. Knigge
Zitting: 28 augustus 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 26 mei 2011 verdachte wegens "medeplegen van moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaren. Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.(1)
3. Namens verdachte heeft mr. S.V. Jansen, advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel
4.1. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring van "voorbedachten rade" en "opzet".
4.2. Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging aangevoerd dat sprake is geweest van een noodlottig ongeluk bij een voorgenomen bedreiging met een zwaar hakmes. De verdachte zou ongelukkigerwijs zijn balans hebben verloren en het slachtoffer met enige snelheid met het zware mes hebben geraakt in de nek, waardoor het dodelijk letsel is opgetreden.
4.3. Het Hof heeft het verweer voorzover inhoudende dat geen sprake is geweest van voorbedachten rade gemotiveerd verworpen, terwijl voorts uit de gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring (met inbegrip van het opzet) kan worden afgeleid. Niet onbegrijpelijk is dat het Hof heeft geconcludeerd dat de verdachte handelde met opzet en met voorbedachten rade. Dat de steller van het middel kennelijk een andere selectie en waardering van de bewijsmiddelen voor ogen staat, doet daar niet aan af. Het middel miskent dat die selectie en waardering is voorbehouden aan de feitenrechter en dat die selectie en waardering in het algemeen geen motivering behoeft.
5. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (11/02598), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.