Strafrecht overig

Verbeurdverklaring, art. 33a Sr. ’s Hofs oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor…

Zaakgegevens

Op 13 november 2012 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
13 november 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/05115
ECLI
ECLI:NL:PHR:2012:BX9542
E-mail

Samenvatting

Verbeurdverklaring, art. 33a Sr. ’s Hofs oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring aangezien het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan, is niet z.m. begrijpelijk.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 13 november 2012

    ECLI:NL:HR:2012:BX9542
  2. Conclusie A-G · 13 november 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2012:BX9542

Conclusie

Nr. 10/05115

Mr. Machielse

Zitting 18 september 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. Het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, heeft verdachte op 22 november 2010 voor 1 primair: Medeplegen van: Verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, 2 en 4: telkens: Medeplegen van: Aan een ambtenaar een belofte doen met het oogmerk om hem te bewegen, in strijd met zijn plicht, iets te doen en 3: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Tevens heeft het hof een batterij voor een peilzender, een laptop en twee gebruiksaanwijzingen voor een peilzender verbeurd verklaard en de onttrekking aan het verkeer bevolen van een brief.

2. Mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem, heeft cassatie ingesteld. Mr. M. Plas, advocaat te Utrecht, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verbeurdverklaarde voorwerpen daarvoor vatbaar zijn onbegrijpelijk is, omdat het hof heeft geoordeeld dat het onder 2 en 4 tenlastegelegde is begaan of voorbereid met behulp van die voorwerpen terwijl dat nergens uit kan blijken en dat evenmin gelet op de aard van de feiten voor de hand ligt.

3.2. Het hof heeft onder het hoofd "Beslag" het volgende overwogen:

"Het onder 2 en 4 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan of voorbereid met behulp van de hierna te noemen in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de veroordeelde toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van veroordeelde."

3.3. Het hof heeft aldus wel het juiste criterium toegepast, maar onvoldoende aanknopingspunten geboden voor de cassatierechter om te toetsen of dit criterium juist en op begrijpelijke wijze is aangemeten. Gelet op de aard van de feiten waarvoor verdachte is veroordeeld is zonder nadere motivering onbegrijpelijk dat de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid met de verbeurdverklaarde voorwerpen.(2) In cassatie kan niet zonder meer blijken dat het hof wat betreft het oordeel dat aan de verbeurdverklaring ten grondslag ligt heeft beraadslaagd en beslist naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting. Het hof had daarom dat oordeel dienen te verduidelijken.(3)

Het middel slaagt.

4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover deze de verbeurdverklaring betreft en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met nr. 10/05315 ([medeverdachte]) waarin ik ook vandaag concludeer.

2 HR 31 januari 2006, LJN AU5632; HR 15 december 2009, LJN BK2136.

3 HR 26 mei 2009, LJN BH8590; HR 12 juli 2011, LJN BQ4221.