Strafrecht overig
Strafmotivering. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. ’s Hofs opvatting dat onder “verandering in de…
Parket bij de Hoge Raad, 14 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:101 · Parket bij de Hoge Raad · 14 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-101
Zaakgegevens
Op 14 mei 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 mei 2013
- Datum publicatie
- 22 juli 2013
- Zaaknummer
- 12/03124
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:101
Samenvatting
Strafmotivering. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. ’s Hofs opvatting dat onder “verandering in de wetgeving” zoals bedoeld in art. 1.2 Sr ook kan worden verstaan een verandering in beleidsregels van het OM inzake het transactie-en strafvorderingsbeleid is onjuist. Evenzeer onjuist is ’s Hofs oordeel dat de door het Hof omschreven, op 1 januari 2012 in werking getreden Richtlijn een verandering in regels van sanctierecht inhoudt (vgl. HR LJN BZ3257).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 mei 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:101
Hoge Raad · 2 juli 2013
ECLI:NL:HR:2013:144Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/03124 Zitting: 14 mei 2013 |
Mr. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest 3 februari 2012 verdachte wegens “als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden” veroordeeld tot een geldboete van € 380,-, subsidiair 7 dagen hechtenis, waarvan € 180,-, subsidiair 3 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
2. De plaatsvervangend Advocaat-Generaal bij het Hof, mr. L.Ph. den Hollander heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. H.H.J. Knol, eveneens plaatsvervangend Advocaat-Generaal bij het Hof, heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat sprake is van verandering in wetgeving in de zin van art. 1, tweede lid, Sr, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
4. Gelet op HR 5 maart 2013, LJN BZ3257 slaagt het middel. Een verandering in beleidsregels van het Openbaar Ministerie inzake het transactie- en strafvorderingsbeleid kan immers niet worden verstaan als “verandering in wetgeving” zoals bedoeld in art. 1, tweede lid, Sr, terwijl een wetswijziging waarbij in algemene zin naast strafrechtelijke afdoening óók – kort gezegd – een bestuursrechtelijke afdoening mogelijk wordt niet kan worden aangemerkt als een verandering in regels van sanctierecht.
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden teneinde de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG