Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag, 2 blokken goud en 2 merkhorloges onder ander (A) t.z.v…
ECLI:NL:PHR:2013:1213 · Parket bij de Hoge Raad · 23 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-1213
Zaakgegevens
Op 23 april 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 april 2013
- Datum publicatie
- 14 november 2013
- Zaaknummer
- 11/01595
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:1213
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag, 2 blokken goud en 2 merkhorloges onder ander (A) t.z.v. verdenking van o.m. witwassen. Hof heeft - in cassatie onbestreden - vastgesteld dat voorwerpen in strafzaak tegen A bij arrest van Hof verbeurd zijn verklaard.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 april 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:1213
Hoge Raad · 25 juni 2013
ECLI:NL:HR:2013:1273Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 11/01595 B
Zitting: 23 april 2013
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[klager]
1. De Rechtbank te Rotterdam heeft bij beschikking van 4 november 2010 het beklag van de klager ex art. 552a lid 1 Sv ongegrond verklaard.
2. Tegen deze uitspraak is namens de klager cassatieberoep ingesteld.
3. Namens de klager heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt erover dat van de behandeling van het klaagschrift van de klager in de meervoudige raadkamer van de Rechtbank op 8 oktober 2010 geen proces-verbaal is opgemaakt.
4. De ontvankelijkheid van het beroep
4.1. Aan de bespreking van het middel kom ik niet toe. Het beklag heeft betrekking op de inbeslagneming van een geldbedrag van € 308.925 onder de beslagene [betrokkene 1] en op het uitblijven van een last tot teruggave van dit geldbedrag aan de klager. In de bestreden beschikking heeft de Rechtbank geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de rechter in de strafzaak tegen de beslagene tot verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag zou beslissen en dat het belang van strafvordering zich om die reden tegen de teruggave van het geldbedrag aan de klager verzette. Uit de overwegingen van de Rechtbank op p. 3 van de bestreden beschikking blijkt vervolgens dat de Rechtbank te Rotterdam op dezelfde datum als de datum van de beschikking vonnis heeft gewezen in de strafzaak tegen de beslagene en dat bij dit vonnis aan de beslagene inderdaad als bijkomende straf de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag is opgelegd.
4.2. In zijn beschikking van 8 januari 2008 (LJN BB8989) overwoog de Hoge Raad als volgt met betrekking tot een geval waarin de strafrechter na de datum van de bestreden beschikking de bewaring ten behoeve van de rechthebbende had gelast van het geldbedrag waarop het klaagschrift betrekking had:
"De klager dient daarom in het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door die beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het bestaande klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen."
Wat voor een beslissing tot bewaring ten behoeve van de rechthebbende geldt, geldt zeker ook voor een door de strafrechter uitgesproken verbeurdverklaring. Niet van belang is daarbij of de beslissing van de strafrechter in kracht van gewijsde is gegaan of niet. De klager/verdachte kan de verbeurdverklaring desgewenst in hoger beroep aanvechten.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,