Strafrecht overig
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde…
ECLI:NL:PHR:2013:1799 · Parket bij de Hoge Raad · 15 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-1799
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2013
- Datum publicatie
- 11 december 2013
- Zaaknummer
- 12/04348
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:1799
Samenvatting
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 oktober 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:1799
Hoge Raad · 10 december 2013
ECLI:NL:HR:2013:1757Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/04348 Zitting: 15 oktober 2013 |
Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 13 juni 2012 verdachte wegens 2. “Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”, 3. “Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” en 4. “Mishandeling, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken. Daarnaast heeft het Hof verdachte wegens 5. “Door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse voornaam opgeven” veroordeeld en bepaald dat aan de verdachte ter zake van dat feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 16 oktober 2012 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 17 december 2012. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG