Strafrecht overig

HR verklaart verdachte n-o in het beroep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een…

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29 oktober 2013
Datum publicatie
20 december 2013
Zaaknummer
12/05995
ECLI
ECLI:NL:PHR:2013:2122
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart verdachte n-o in het beroep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 29 oktober 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2013:2122

  2. Hoge Raad · 7 januari 2014

    ECLI:NL:HR:2014:35

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 12/05995

Zitting: 29 oktober 2013

Mr. Vegter

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 25 september 2012 verdachte wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen zoals vermeld in het arrest.

2. Deze zaak hangt samen met de zaken 12/03864, 12/03868, 12/03937, 12/04754, 12/04755, 12/04782, 13/00013 en 13/00014, waarin ik vandaag eveneens concludeer.

3. Namens verdachte heeft mr. H.S.K. Jap A Joe, advocaat te Utrecht, op 9 oktober 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 20 februari 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.



De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG