Strafrecht overig
Strafmotivering. De vaststelling dat verdachte blijkens een hem betreffend UJD, gedateerd 16 juli 2012…
Parket bij de Hoge Raad, 12 november 2013
ECLI:NL:PHR:2013:2272 · Parket bij de Hoge Raad · 12 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-2272
Zaakgegevens
Op 12 november 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 november 2013
- Datum publicatie
- 24 december 2013
- Zaaknummer
- 12/04647
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:2272
Samenvatting
Strafmotivering. De vaststelling dat verdachte blijkens een hem betreffend UJD, gedateerd 16 juli 2012, “reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen”, is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld UJD daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:2272
Hoge Raad · 14 januari 2014
ECLI:NL:HR:2014:64Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/04647 Zitting: 12 november 2013 |
Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens “Door het verschaffen van middelen en inlichtingen opzettelijk uitlokken van poging tot afpersing” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.
2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel houdt in dat het Hof bij de strafoplegging ten onrechte in aanmerking heeft genomen dat de verdachte blijkens het Uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 16 juli 2012 reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
4. Het bewezenverklaarde feit is gepleegd op 26 juni 2010. Het Hof heeft ter motivering van de opgelegde straf onder meer overwogen:
“Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 juli 2012, waaruit blijkt dat hij reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.”
5. Genoemd uittreksel bevat wel onherroepelijke veroordelingen maar deze hebben betrekking op feiten gepleegd na 26 juni 2010 en dateren van na 26 juni 2010. Dit betekent dat de overweging van het Hof dat hij zich van het plegen van het onderhavige feit niet heeft laten weerhouden door eerdere veroordelingen niet begrijpelijk is.
6. Het middel slaagt.
7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG