Strafrecht overig
HR verklaart verdachte n-o, geen middelen ingediend.
ECLI:NL:PHR:2013:2399 · Parket bij de Hoge Raad · 19 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-2399
Zaakgegevens
Op 19 november 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 november 2013
- Datum publicatie
- 21 januari 2014
- Zaaknummer
- 11/04739
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:2399
Samenvatting
HR verklaart verdachte n-o, geen middelen ingediend.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem · 19 oktober 2011
ECLI:NL:GHARN:2011:BU1785Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:2399
Hoge Raad · 21 januari 2014
ECLI:NL:HR:2014:125Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 11/04739 Zitting: 19 november 2013 |
Mr. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, heeft bij arrest van 19 oktober 2011 de verdachte wegens “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 219 dagen met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr en met verbeurdverklaring en teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen zoals in het arrest omschreven.
2. Deze zaak hangt samen met twee ontnemingszaken tegen de verdachte (nr. 11/05205 P en nr. 11/05204 P) en een andere strafzaak tegen de verdachte (nr. 11/04740), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens de verdachte heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
4. De aanzegging in cassatie is op 6 januari 2012 tevergeefs aangeboden aan het GBA-adres van de verdachte en vervolgens op 11 januari 2012 in persoon uitgereikt aan de verdachte op het postkantoor in de woonplaats van de verdachte. Bovendien is op 19 januari 2012 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1°, Sv, in verbinding met art. 588, derde lid, onder b, Sv, rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
n.d.