Strafrecht overig
HR: 81.1 RO en volstaan met de constatering dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden.
ECLI:NL:PHR:2013:2406 · Parket bij de Hoge Raad · 19 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-2406
Zaakgegevens
Op 19 november 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 november 2013
- Datum publicatie
- 21 januari 2014
- Zaaknummer
- 11/04145
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:2406
Samenvatting
HR: 81.1 RO en volstaan met de constatering dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 19 augustus 2011
ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5488Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:2406
Hoge Raad · 21 januari 2014
ECLI:NL:HR:2014:134Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie
Mr Jörg
Nr. 11/04145
Zitting 19 november 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 19 augustus 2011 is de verdachte door het Gerechtshof 's-Gravenhage wegens 1. medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd, en 2. primair, tweede alternatief/cumulatief witwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. Voorts zijn een auto en een geldbedrag van € 8.075,36 verbeurd verklaard.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken onder de nummers 12/00389 en 12/00390, waarin ik vandaag eveneens conclusie neem.
3. Namens de verdachte heeft mr P. Scholte, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
4. Het eerste middel bevat de klacht dat 's Hofs verwerping van het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie niet begrijpelijk is.
5. De schriftuur citeert – inclusief de voetnoten -met juistheid hetgeen het Hof als verweer van de raadsman en als beslissing daarop heeft verwoord.
6. Daaraan wordt in punt 3 van de toelichting de nadere klacht verbonden dat de enkele vaststelling dat in de familie [...] ook wisseling in de tenaamstelling had plaats gevonden bij een auto (Audi A4, type 8H cabriolet) en dat in een periode van 24 maanden meermalen werd gezien dat de verdachte als bestuurder van die auto optrad, onvoldoende is om te kunnen spreken van een redelijk vermoeden van schuld. Vandaar de onbegrijpelijkheid van 's Hofs beslissing.
7. Wat de merites van de redelijkheid van de verdenking ter zake van witwassen in dit geval ook mogen zijn: tot niet-ontvankelijkheid kan het verweer niet leiden aangezien het door het Hof vastgestelde optreden van de politie valt buiten het zogenoemde Zwolsmancriterium. Hooguit zou sprake kunnen zijn van bewijsuitsluiting, maar ook dan zou ik het in de juiste sleutel gezette verweer weinig kans van slagen geven. Zie Spronken in T&C Sv, aant. 5-7 op art. 27.
8. Het middel faalt.
9. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging. Een andere ambtshalve grond dan de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase waardoor Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar alleen ten aanzien van de straf, tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G