Strafrecht overig

Profijtontneming. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BV9087. Er is voldaan aan de…

Zaakgegevens

Op 17 september 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17 september 2013
Datum publicatie
28 januari 2014
Zaaknummer
12/04038
ECLI
ECLI:NL:PHR:2013:2430
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BV9087. Er is voldaan aan de verplichting dat, indien door of namens betrokkene een gevolgtrekking uit het financieel rapport gemotiveerd is betwist, de rechter niet kan volstaan met de vermelding van (het onderdeel) van het financieel rapport als bewijsmiddel waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend, maar zal moeten motiveren op grond waarvan hij die gevolgtrekking aanvaardt. Het oordeel van het Hof dat het door betrokkene w.v.v. moet worden geschat op bedrag X is, mede gelet op hetgeen daaromtrent ttz. in h.b. door de verdediging is aangevoerd, toereikend gemotiveerd. De f&o waarop dat oordeel is gebaseerd, zijn in de door het Hof overgenomen overwegingen van de Rb voldoende weergegeven. Gelet op het verhandelde ttz. in h.b. kan worden aangenomen dat de verwijzing naar de stukken van het ontnemingsdossier waaraan die f&o zijn ontleend voldoende nauwkeurig is.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 september 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2013:2430

  2. Hoge Raad · 28 januari 2014

    ECLI:NL:HR:2014:184

    Conclusie contrair

Conclusie

Nr. 12/04038 P

Mr. Harteveld

Zitting 17 september 2013

Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam . Mr. G. Meijers en mr. F.P. Slewe, advocaten te Amsterdam hebben gezamenlijk tijdig een schriftuur houdende één middel van cassatie ingediend.

2. Het middel miskent dat, gelet op HR 26 maart 2012, LJN BV9087, de ontnemingsrechter ten aanzien van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen waaraan die schatting is ontleend, indien en voor zover de schattig niet is betwist. ’s Hofs oordeel is gelet op de ter terechtzitting gevoerde discussie geenszins ontoereikend gemotiveerd. Het middel is kansloos.

3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.

De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden