Strafrecht overig
Jeugdzaak. HR herhaalt HR LJN AD5208. Het Hof had, bij gebreke aan initiatief van de verdachte ter…
Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2013
ECLI:NL:PHR:2013:53 · Parket bij de Hoge Raad · 4 juni 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-53
Zaakgegevens
Op 4 juni 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 juni 2013
- Datum publicatie
- 8 juli 2013
- Zaaknummer
- 12/03805 J
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:53
Samenvatting
Jeugdzaak. HR herhaalt HR LJN AD5208. Het Hof had, bij gebreke aan initiatief van de verdachte ter bestrijding van de juistheid van de door de advocaat afgelegde verklaring dat hij door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigd was tot het instellen van een rechtsmiddel, geen onderzoek mogen doen naar de juistheid van de verklaring van de advocaat dat hij door verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van beroep. Conclusie AG: anders (art. 80a RO).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 juni 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:53
Hoge Raad · 25 juni 2013
ECLI:NL:HR:2013:70Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/03805 J Zitting: 4 juni 2013 |
Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 juli 2012. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende één middel van cassatie ingezonden.
2. Het middel keert zich tevergeefs tegen het oordeel van het Hof dat het hoger beroep van verzoeker niet-ontvankelijk is, nu de desbetreffende motivering van het Hof ondeugdelijk noch onjuist is. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG