Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 25 juni 2013
ECLI:NL:PHR:2013:534 · Parket bij de Hoge Raad · 25 juni 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-534
Zaakgegevens
Op 25 juni 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2013
- Datum publicatie
- 27 augustus 2013
- Zaaknummer
- 12/04183
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:534
Samenvatting
HR: art. 80a RO.
Procesgang
Gerechtshof Leeuwarden · 10 augustus 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BX4253Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 juni 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:534
Hoge Raad · 27 augustus 2013
ECLI:NL:HR:2013:489Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/04183 Zitting: 25 juni 2013 |
Mr. Vegter Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 augustus 2012. Er is tijdig een schriftuur houdende drie middelen van cassatie ingekomen.
2. Het eerste middel, dat niet veel meer inhoudt dan een herhaling van hetgeen in feitelijke aanleg is aangevoerd, is evident kansloos. Het Hof heeft op toereikende en niet onbegrijpelijke wijze uiteengezet dat en waarom het van oordeel is dat sprake is geweest van voorbedachte raad, terwijl ook uit de gebezigde bewijsmiddelen de voorbedachte raad zonder meer kan worden afgeleid.
3. Het tweede middel is evident kansloos, omdat het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen 1, 9 en 10 het voorwaardelijk opzet van de verdachte op de dood van de hond heeft kunnen afleiden. Door midden in de nacht een caravan in brand te steken, waarvan niet kan worden uitgesloten dat er zich mensen in zouden ophouden, heeft de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat die mensen mogelijk een huisdier (in casu een hond) bij zich zouden hebben.
4. Het derde middel is evident kansloos, nu uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 27 juli 2011 blijkt dat de raadsman van de verdachte, nadat de raadsman van de benadeelde partij aldaar de gevorderde kosten voor rechtsbijstand had verminderd, heeft medegedeeld geen bezwaar tegen de gevorderde kosten voor rechtsbijstand (meer) te hebben. Dat het Hof de (aangepaste) gevorderde kosten voor rechtsbijstand geheel heeft toegewezen wekt dan ook op geen enkele wijze verbazing.
5. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie, nu de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG