Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2013:825 · Parket bij de Hoge Raad · 3 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-825
Zaakgegevens
Op 3 september 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 september 2013
- Datum publicatie
- 24 september 2013
- Zaaknummer
- 12/05918
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:825
Samenvatting
HR: 80a RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem · 20 november 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BY3610Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 september 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:825
Hoge Raad · 24 september 2013
ECLI:NL:HR:2013:776Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/05918 Zitting: 3 september 2013 |
Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem.
2. Nu het Hof de bewezenverklaring bepaald niet alleen heeft doen steunen op het DNA-spoor waarop het middel betrekking heeft, vergde de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv niet dat het Hof expliciet uiteenzette waarom het aan het daarop betrekking hebbende verweer, waarin enkel een beroep is gedaan op theoretische mogelijkheden, voorbijging. De gemotiveerde bewezenverklaring bevat voldoende aanknopingspunten die dat begrijpelijk maken. Dat wordt niet anders doordat ook nog is aangevoerd dat verdachte geen motief had. Een en ander brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG