Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2013:827 · Parket bij de Hoge Raad · 3 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-827
Zaakgegevens
Op 3 september 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 september 2013
- Datum publicatie
- 24 september 2013
- Zaaknummer
- 12/03817
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:827
Samenvatting
HR: 80a RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 september 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:827
Hoge Raad · 24 september 2013
ECLI:NL:HR:2013:778Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/03817 Zitting: 3 september 2013 |
Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Amsterdam.
2. Het middel kan niet tot cassatie leiden omdat de “vrijwillige terugtred” waarop het zich beroept, er niet toe heeft geleid dat het strafbare feit niet is voltooid. Die voltooiing is immers niet uitgebleven doordat het optreden van verdachte ertoe heeft geleid dat het slachtoffer niet naar beneden is gesprongen, maar enkel doordat die sprong geen dodelijk gevolg had. Dat is kennelijk wat het Hof tot uitdrukking heeft willen brengen met zijn overweging dat “de poging tot ingrijpen door de verdachte niet tijdig [heeft] plaatsgevonden”. Ik merk daarbij nog op dat het Hof gemotiveerd heeft uiteengezet waarom de bedoelde poging tot ingrijpen aan het aannemen van voorwaardelijk opzet niet in de weg staat. Tegen dat oordeel keert het middel zich niet. Een en ander brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG