Strafrecht overig
De HR verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.
Parket bij de Hoge Raad, 10 september 2013
ECLI:NL:PHR:2013:855 · Parket bij de Hoge Raad · 10 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-855
Zaakgegevens
Op 10 september 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 september 2013
- Datum publicatie
- 2 oktober 2013
- Zaaknummer
- 12/03666
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:855
Samenvatting
De HR verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.
Procesgang
Rechtbank Arnhem · 3 januari 2012
ECLI:NL:RBARN:2012:BU9931Gerechtshof Arnhem · 9 juli 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BX0854(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 september 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:855
Hoge Raad · 1 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:831Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/03666 Zitting: 10 september 2013 |
Mr. Vegter Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof te Arnhem van 9 juli 2012. Er is tijdig een schriftuur houdende een middel van cassatie ingekomen.
2. Het middel klaagt over de motivering van de last tot verpleging van de opgelegde terbeschikkingstelling, omdat volgens de steller van het middel gelet op de schriftelijke adviezen van de deskundigen had moet worden volstaan met terbeschikkingstelling met voorwaarden. Het middel lijkt te miskennen dat de rechter niet gehouden is adviezen van deskundigen te volgen. Zie bijvoorbeeld HR 20 januari 2009, LJN BF3162, NJ 2009/324, m.nt. P.A.M. Mevis en idem LJN BF2089. Het arrest van het Hof bevat onder meer de volgende overweging: “Het hof is, met de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat terbeschikkingstelling onder voorwaarden onvoldoende bescherming zal bieden. Uit de rapportages en uit de verklaringen van de deskundigen bij de rechtbank blijkt dat medicatiegebruik van het grootste belang wordt geacht om recidive te voorkomen. Door de deskundigen wordt ingeschat dat verdachte - door zijn stoornis - met de medicatie zal stoppen en zij achten met het oog daarop een langdurige intensieve klinische behandeling noodzakelijk. Met name gelet op het feit dat, indien verdachte stopt met medicatie, om welke reden dan ook, er opnieuw psychosen kunnen ontstaan die gemakkelijk opnieuw kunnen leiden tot excessieve en bizarre gewelduitbarstingen is het hof van oordeel dat de algemene veiligheid van personen eist dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.” Die overweging steunt op de deskundigenoordelen van J.J. Baneke, psycholoog, die onder meer van oordeel is dat een maatregel geboden is waaraan verdachte zich niet kan onttrekken, dat een langdurige en intensieve behandeling nodig is en dat nu snelheid van handelen noodzakelijk is wanneer verdachte niet op een afspraak verschijnt dit een indicatie vormt voor een bevel tot verpleging en voorts van P.A. de Mon, psychiater, die van oordeel is dat een beveiligde klinische behandelsetting met strakke structuur nodig is.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie, nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG