Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2013:900 · Parket bij de Hoge Raad · 17 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-900
Zaakgegevens
Op 17 september 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2013
- Datum publicatie
- 8 oktober 2013
- Zaaknummer
- 13/00952
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:900
Samenvatting
HR: 80a RO
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 september 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:900
Hoge Raad · 8 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:897Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 13/00952
Mr. Harteveld
Zitting 17 september 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Mr. C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam, heeft in deze zaak bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel komt op tegen de bewezenverklaarde voorbedachte raad. Anders dan het middel wil, heeft het Hof evenwel toereikend gemotiveerd waarom het van oordeel is dat hier sprake is geweest van voorbedachte raad. Niet alleen heeft het Hof daartoe vastgesteld dat verdachte reeds met het voornemen om (onder meer) het slachtoffer [het slachtoffer] te doden met een groot mes op pad is gegaan, in een dikke jas zodat hij het mes daarin kon stoppen. Ook heeft het Hof feitelijk vastgesteld dat na de door verdachte toegebrachte eerste, zonder enige aanleiding aangebrachte steek in de rug van het slachtoffer een worsteling is ontstaan waarbij [het slachtoffer] verdachtes hand waarin hij het mes vast hield heeft gepakt en dat [het slachtoffer] daarbij verdachte heeft gesmeekt hem nog een kans te geven. [het slachtoffer] zei daarbij: "Je gaat me vermoorden". Dat gaf de verdachte naar eigen zeggen een rotgevoel. De verdachte heeft zich vervolgens losgerukt en is doorgegaan met steken totdat [het slachtoffer] - aangetroffen met circa 34 steekwonden - overleed. Aldus heeft het Hof toereikend gemotiveerd dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Dat bewijsoordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is geenszins onbegrijpelijk (vgl. HR 28 februari 2012, LJN BR2342, NJ 2012/518).
Voor zover voorts wordt geklaagd dat de betwiste voorbedachte raad alleen is gebaseerd op verdachtes eigen verklaring, geldt dat het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de door verdachte afgelegde verklaringen in voldoende mate worden ondersteund door verschillende andere onderzoeksbevindingen, zoals door het Hof op de pagina’s 4-5 van de bestreden uitspraak uiteengezet. Het middel is ook in zoverre evident tevergeefs voorgesteld, zodat verdachte mijns inziens op grond van artikel 80A niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG