Strafrecht overig
Economische profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkende n-o.
ECLI:NL:PHR:2013:907 · Parket bij de Hoge Raad · 20 augustus 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-907
Zaakgegevens
Op 20 augustus 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2013
- Datum publicatie
- 9 oktober 2013
- Zaaknummer
- 11/04275 P
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:907
Samenvatting
Economische profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkende n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 augustus 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:907
Hoge Raad · 8 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:904Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 11/04275 P
Mr. Machielse
Zitting 20 augustus 2013
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 8 oktober 2011 de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, afgewezen.
2. Mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg, heeft namens betrokkene beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is na vergeefse uitreiking op het gba-adres op 6 augustus 2012 betekend aan een persoon die verklaarde mondeling gemachtigde te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 5 oktober 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden