Strafrecht overig
Rijden tijdens ontzegging. Slagende bewijsklacht.
ECLI:NL:PHR:2013:973 · Parket bij de Hoge Raad · 27 augustus 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-973
Zaakgegevens
Op 27 augustus 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2013
- Datum publicatie
- 16 oktober 2013
- Zaaknummer
- 11/04299
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:973
Samenvatting
Rijden tijdens ontzegging. Slagende bewijsklacht.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 augustus 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:973
Hoge Raad · 15 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:967Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 11/04299 Zitting 27 augustus 2013 |
Mr. Jörg Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Bij arrest van 6 september 2011 heeft het Gerechtshof Arnhem de verdachte, voor zover in cassatie van belang, wegens 1. “overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.
2. Namens de verdachte heeft mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel klaagt dat het onder 1. bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, onder meer omdat niet blijkt van een juiste betekening van de uitspraak waarbij de verdachte de rijbevoegdheid is ontzegd.
4. Ten laste van verdachte is onder 1. bewezenverklaard dat hij:
“op 17 juni 2008 te Beekbergen, in de gemeente Apeldoorn, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Loenenseweg, een motorrijtuig, (tweewielige bromfiets), heeft bestuurd.”
5. Deze bewezenverklaring steunt op een tweetal bewijsmiddelen, te weten:
i) een proces-verbaal inhoudende dat de verbalisanten op 17 juni 2008 een bromfiets met kenteken [AA-00-BB]hebben zien rijden, dat verbalisant [verbalisant 2] de bestuurder van deze bromfiets ambtshalve herkende als de verdachte en dat uit onderzoek bleek dat aan deze - tevens de tenaamgestelde van de desbetreffende bromfiets – de rijbevoegdheid op dat moment volledig bleek te zijn ontzegd;
(ii) uitdraaien van een bevraging landelijke systemen met betrekking tot de rijbewijsgegevens van de verdachte, onder meer inhoudende een volledige ontzegging rijbewijs in de periode van 8 mei 2008 tot 5 september 2008.
6. In aanmerking genomen dat (de inhoud van) een kennisgeving ingang ontzegging rijbevoegdheid bij de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen ontbreekt, kan de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte ten tijde van het besturen van het motorrijtuig wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid daartoe was ontzegd, niet uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. De bewezenverklaring is dus in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
7. Het middel slaagt.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor wat betreft het onder 1. bewezenverklaarde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G