Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2013:BY5606 · Parket bij de Hoge Raad · 15 januari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-by5606
Zaakgegevens
Op 15 januari 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 januari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/00493
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:BY5606
Samenvatting
HR: art. 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 15 januari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY5606Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 januari 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:BY5606
Conclusie
Nr. 11/00493
Mr. Vellinga
Zitting: 13 november 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens 1. subsidiair "Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden", 2. "Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Voorts bevat het arrest enige bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/00493, 11/00359 en 10/05109. In al deze zaken zal in vandaag concluderen.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
4. De middelen kunnen niet tot cassatie leiden, nu deze niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Met betrekking tot het tweede middel merk ik nog op dat anders dan in de samenhangende zaak 10/05109 kan worden volstaan met verbeterde lezing van de kwalificatie.
5. De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG