Strafrecht overig
Beschikking. Beklag a.b.i. art. 12 Sv. Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van een…
Parket bij de Hoge Raad, 26 maart 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ5410 · Parket bij de Hoge Raad · 26 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-bz5410
Zaakgegevens
Op 26 maart 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 12/04771 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:BZ5410
Samenvatting
Beschikking. Beklag a.b.i. art. 12 Sv. Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van een gerechtshof inhoudende de ongegrondverklaring van het beklag a.b.i. art. 12i Sv. Ex art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke beroep in cassatie openstaat tegen een dergelijke beschikking kan verdachte in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.
Procesgang
Hoge Raad · 26 maart 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ5410Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 maart 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:BZ5410
Conclusie
Nr. 12/04771 B
Mr. Vellinga
Zitting: 29 januari 2013
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het beroep in cassatie heeft betrekking op een beschikking van het gerechtshof te Amsterdam d.d. 29 maart 2012 waarbij een klacht over niet vervolgen is afgewezen.
2. Klager stelt ontvankelijk te zijn in zijn beroep in cassatie omdat het Hof fundamentele rechten als vervat in art. 6 EVRM heeft geschonden. Aldus wordt miskend dat de beoordeling van een klacht tot vervolging van een strafbaar feit geen betrekking heeft op het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen of op het bepalen van de gegrondheid van een strafvervolging. Dit betekent dat het bepaalde in art. 6 EVRM niet van toepassing is op de onderhavige procedure.
3. Klager kan bij gebreke van een wettelijke voorziening(1), die beroep in cassatie tegen de onderhavige beschikking mogelijk maakt, niet in zijn beroep in cassatie worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie HR 18 oktober 1994, LJN ZD1099, NJ 1995, 118, rov. 5.4.