Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 9 april 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
9 april 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
12/05159
ECLI
ECLI:NL:PHR:2013:BZ6524
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 80a RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 februari 2012

    ECLI:NL:GHSHE:2012:BV2730
  2. Hoge Raad · 9 april 2013

    ECLI:NL:HR:2013:BZ6524

    Niet ontvankelijk

  3. Conclusie A-G · 9 april 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ6524

Conclusie

Nr. 12/05159

Mr. Vellinga

Zitting: 19 maart 2013

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 3 februari 2012.

2. Het middel bevat klachten van diverse aard.

3. De klacht dat de verdachte gelet op de bewezenverklaring twee keer voor hetzelfde feit is veroordeeld en derhalve het beginsel ne bis in idem is geschonden vindt geen steun in het recht, en wel reeds daarom niet omdat het Hof heeft overwogen dat de feiten in eendaadse samenloop zijn gepleegd en ingevolge art. 55 lid 1 Sr dus slechts die strafbepaling wordt toegepast waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

4. De klacht dat medeplegen van poging tot doodslag niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid miskent dat het Hof zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk heeft overwogen dat verdachte tezamen met zijn mededaders, [betrokkene 1 en 2] heeft geslagen en geduwd, en toen deze op de grond lagen, heeft geschopt en getrapt, hetgeen een bewuste en nauwe samenwerking impliceert, en zich niet van het handelen van zijn mededaders heeft gedistantieerd.

5. De klacht dat de straf onvoldoende is gemotiveerd stuit af op de vrijheid van de feitenrechter bij de keuze en de waardering van de feiten die bij de straftoemeting in aanmerking worden genomen.

6. Uit het voorgaande vloeit voort dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG