Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 25 maart 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25 maart 2014
Datum publicatie
30 juli 2014
Zaaknummer
13/02475
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:1173
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 25 maart 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2014:1173

  2. Hoge Raad · 15 april 2014

    ECLI:NL:HR:2014:2137

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 13/02475

Zitting: 25 maart 2014

Bestreden arrest:

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem d.d. 8 maart 2013

Mr. Aben

Standpunt inzake:

[verdachte]

Het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte – kort gezegd - veroordeeld voor “mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een kaakfractuur en zenuwletsel en tandletsel ten gevolge heeft”. Het middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat sprake is van lichamelijk letsel onbegrijpelijk dan wel onvoldoende is gemotiveerd. Nu de gebezigde bewijsmiddelen als geneeskundige verklaring van de GGD respectievelijk de kaakchirurg in opleiding inhouden dat de kaak van het slachtoffer op drie plaatsen gebroken was en dat daarvoor een ‘kaakchirurgische behandeling’ noodzakelijk was, is het bewezenverklaarde “zwaar lichamelijk letsel” reeds daarom toereikend gemotiveerd en faalt het middel.

Ten overvloede merk ik op dat voor zover het middel op de opvatting berust dat indien het bewezenverklaarde letsel uit meerdere verwondingen bestaat, elke verwonding afzonderlijk als zwaar lichamelijk letsel in de zin van art. 82 Sr moet kunnen worden aangemerkt, het een eis stelt die het recht niet kent.

Het middel kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

n.d.

Vgl. HR 1 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4637. De Hoge Raad vernietigde conform CAG voor feit 2 en verwees de zaak slechts voor dat feit naar een ander hof, terwijl het hof in feit 1 een dubbelzijdige breuk van de onderkaak had aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel en het middel tevens klaagde dat het in dit feit bedoelde zwaar lichamelijk letsel ontoereikend was gemotiveerd.