Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 11 februari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:119 · Parket bij de Hoge Raad · 11 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-119
Zaakgegevens
Op 11 februari 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2014
- Datum publicatie
- 11 maart 2014
- Zaaknummer
- 13/01969
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:119
Samenvatting
HR: art. 80a RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:119
Hoge Raad · 11 maart 2014
ECLI:NL:HR:2014:529Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/01969 Zitting: 11 februari 2014 |
Mr. Vegter Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 april 2013. Er is tijdig een schriftuur houdende een van cassatie ingekomen.
2. Het middel richt zich tegen de motivering van de bewezenverklaring. De verklaringen van een tweetal getuigen dat zij hebben gezien dat er geschoten is, bevatten volgens de steller van het middel een conclusie, omdat die getuigen het wapen zelf niet gezien hebben. Waarom niet op grond van andere factoren dan het waarnemen van het wapen zelf kan worden geconstateerd dat er wordt geschoten wordt niet nader toegelicht. Ik acht dat echter geen geenszins uitgesloten. Betekenis kan daarbij al dan niet in onderling verband worden toegekend aan de lichaamsbeweging, het richten van een voorwerp en het geluid, maar eventueel ook aan vrijwel gelijktijdig veroorzaakte beschadigingen en verwondingen. Mede in het licht van de context van de verklaringen van bedoelde getuigen bevatten de verklaringen dat er geschoten is geen ongeoorloofde conclusies.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG