Strafrecht overig
Economische zaak. Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
ECLI:NL:PHR:2014:1539 · Parket bij de Hoge Raad · 10 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-1539
Zaakgegevens
Op 10 juni 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2014
- Datum publicatie
- 27 augustus 2014
- Zaaknummer
- 12/01257
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:1539
Samenvatting
Economische zaak. Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juni 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:1539
Hoge Raad · 16 september 2014
ECLI:NL:HR:2014:2672Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/01257 E Zitting: 10 juni 2014 |
Mr. Aben Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 3 februari 2012 de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde “medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, meermalen gepleegd” en ter zake van het onder 6, eerste cumulatief bewezenverklaarde “doen plegen van valsheid in geschrift,” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.
2. Deze zaak hangt samen met zaaknummers 13/04398 E, 13/04334 E, 13/04394 E en 13/04396 E. In alle zaken zal ik vandaag concluderen.
3. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld.
4. De aanzegging ex artikel 435, lid 1, Sv is op 17 september 2013 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 18 november 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG