Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 7 oktober 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1935 · Parket bij de Hoge Raad · 7 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-1935
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2014
- Datum publicatie
- 4 november 2014
- Zaaknummer
- 13/05708
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:1935
Samenvatting
HR: art. 80a RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:1935
Hoge Raad · 4 november 2014
ECLI:NL:HR:2014:3102Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/05708 Zitting: 7 oktober 2014 |
Mr. Spronken Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het cassatieberoep richt zich tegen een arrest Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
-
Mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam heeft tijdig een middel van cassatie voorgesteld, inhoudende dat het bewezenverklaarde onderdeel van de tenlastelegging dat verdachte na zijn ontvluchting uit een transportbus zich ‘vervolgens verborgen heeft gehouden voor politie en justitie’ niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
-
Het hof heeft het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 2 april 2013, met daarin onder andere de bewezenverklaring van feit 1 onder parketnummer 500.01066/12 (onttrekking aan vrijheidsstraf) bevestigd, behoudens ten aanzien van de bewijsconstructie.
-
Het Gerecht heeft bewezen verklaard dat verdachte:
“in de periode van 13 januari 2012 tot en met 6 september 2012 te Curaçao opzettelijk na krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van zijn vrijheid te zijn beroofd, zich, daaraan heeft onttrokken, immers is verdachte, onderweg naar het gerechtsgebouw uit de transportbus gevlucht en aan de (gevangen)bewaarder(s) en/of de beveiligers van de Lands Beveiligings Dienst ontkomen en heeft hij zich (vervolgens) verborgen gehouden voor politie en justitie.”
5. Uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen 31 tot en met 37 kan inderdaad niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte zich na de ontvluchting uit de transportbus verborgen heeft gehouden voor politie en justitie. Dit behoeft echter niet tot cassatie te leiden omdat het zich verborgen houden voor politie en justitie geen bestanddeel is van het delict dat is strafbaar gesteld in art. 2:145 van het Wetboek van Strafrecht Curaçao. Het zinsdeel ‘en heeft hij zich (vervolgens) verborgen gehouden voor politie en justitie’ kan worden weggestreept waarbij het overblijvende deel van de bewezenverklaring op zichzelf alle bestanddelen bevat om te kunnen leiden tot de kwalificatie van dit feit zoals blijkt uit p. 19 van het arrest:
“Opzettelijk zich, na op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van zijn vrijheid te zijn beroofd, daaraan onttrekken, strafbaar gesteld bij artikel 2:145 van het Wetboek van Strafrecht”
6. De Hoge Raad zou de bewezenverklaring verbeterd kunnen lezen en het ten onrechte opgenomen zinsdeel kunnen schrappen. Hierdoor wordt de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet aangetast.
7. Nu de klacht een overbodig onderdeel van de tenlastelegging betreft, heeft verdachte onvoldoende belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak op die grond.
8. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO omdat verdachte hierbij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG