Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
7 oktober 2014
Datum publicatie
4 november 2014
Zaaknummer
13/05127
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:1936
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 oktober 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2014:1936

  2. Hoge Raad · 4 november 2014

    ECLI:NL:HR:2014:3103

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 13/05127

Zitting: 7 oktober 2014

Mr. Spronken

Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het cassatieberoep richt zich tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

  2. In het middel wordt aangevoerd dat het bewezenverklaarde zwaar lichamelijk letsel onvoldoende uit de bewijsvoering en motivering blijkt en dat het arrest daarom getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

  3. Het hof heeft echter, anders dan in het door de steller van het middel aangehaalde arrest HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ076S, voldoende gemotiveerd aangenomen dat sprake is geweest van zwaar lichamelijk letsel, door op grond van het medisch dossier vast te stellen “dat aangeefster - bijna een jaar na dato - door de mishandeling letsel aan haar arm heeft overgehouden waardoor zij haar werkzaamheden niet naar behoren kan uitoefenen” en dat “Daarnaast kan worden vastgesteld dat sprake was van een aantal gebroken ribben.” Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting terwijl het oordeel of letsel zwaar is in belangrijke mate is voorbehouden aan de feitenrechter, welk oordeel in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst.

4. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO omdat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

HR 14 februari 2006, ECLI:NL:HR:AU8055.